We willen allemaal gelukkig zijn, maar wat is geluk eigenlijk.
Als je kijkt naar de grote hoeveelheid verschillende beschrijvingen van geluk dan blijkt het een lastig te definiĆ«ren ‘gevoel’. Of is geluk helemaal geen gevoel? We zeggen dat we ons gelukkig willen voelen of gelukkig willen ‘zijn’, dus het is wel iets dat we kunnen waarnemen. En blijkbaar is het een prettige ervaring, want iedereen is er naar op zoek. Maar hoe weet je dat je ‘geluk’ zoekt, want dan moet je het dus al kennen. Je kunt zeggen: “Ik heb me eerder in mijn leven gelukkig gevoeld en dat wil ik weer, daarom weet ik wat ik zoek”. Maar hoe wist je de eerste keer toen je gelukkig was, dat dat geluk was? Dat zou betekenen dat er een soort referentie voor geluk ‘ingebouwd’ is in de mens, waardoor we het herkennen als het zich voordoet. Maar waarom beschrijven mensen geluk dan zo anders, dat zou betekenen dat er verschillende referenties van geluk bestaan en dat de ene persoon de ene referentie bij z’n geboorte krijgt en de andere een weer een andere referentie. Of zou geluk juist heel universeel zijn en wordt het zo verschillend beschreven omdat er zoveel verschillende soorten mensen bestaan?
Wat ik een mooie omschrijving van geluk vind is deze: Tevreden zijn met de huidige leefomstandigheden. Dus wat de omstandigheden ook zijn (alle menselijke variaties en situaties zijn mogelijk), je bent er tevreden mee. In het woord tevreden zit niet voor niets het woord ‘vrede’ wat vaak wordt geassocieerd met rust, veiligheid, geborgenheid, ontspanning. Het is niet toevallig dat ons lichaam het meest optimaal functioneert bij het ervaren van deze gemoedstoestanden, blijkbaar is het onze natuurlijke staat van zijn. Maar wat betekent ’tevreden zijn’ eigenlijk? Wanneer ben je tevreden? Je zou kunnen zeggen dat we tevreden zijn als we niet willen dat het leven anders is dan het is, oftewel: je hebt geen verzet tegen hoe het leven (het huidige moment) is. Het verzet opgeven gaat makkelijk als we datgene krijgen wat we ‘willen’, daarom hebben we vaak het idee dat we gelukkig worden van het ‘krijgen’ van iets dat we verlangd hebben. Maar als we niet krijgen wat we verlangen, dan verzetten we ons tegen hoe het is en voelen we ons ongelukkig. Zo bekeken lijkt niet zozeer het verzet de oorzaak van ongeluk te zijn, maar juist het verlangen. Boeddha leerde dat verlangen (of begeerte) de oorzaak is van al het lijden. Verlangen heeft veel weg van ‘hoop’, beide zien een oplossing voor een niet gewenst heden in de toekomst: het wordt/kan beter. En toch zit daar een loop, want verlangen ontstaat zoals eerder gezegd als het huidige moment als ‘NIET GOED’ wordt bestempeld: er is verzet tegen hoe het is. Als het huidige moment als ‘WEL GOED’ zou worden bestempeld, dan was er geen verlangen (geen hoop) waardoor geen lijden en dus geluk! Verlangen dient als een soort oplossing voor het verzet tegen hoe het nu is. Dus Boeddha had gelijk dat het meegaan in verlangens niet de oplossing is en als je dat wel doet, dat je in lijden blijft. Maar het lijden begint dus al bij het verzet tegen hoe het nu is en HET IDEE dat we het beter kunnen hebben (verlangen/hoop), houdt het lijden in stand. Verzet blijkt hetgeen te zijn wat geluk in de weg staat. Zogezegd lijkt geluk dus een (natuurlijke?) staat van zijn, die je vanzelf ervaart zodra verzet losgelaten wordt. In de volgende blog zal ik dieper ingaan op het fenomeen weerstand, want zodra je begrijpt wat weerstand is, heb je de ingang naar geluk gevonden.